Autoriteit Financiële Markten

Terug naar de nieuwsbrief


AFM: provisie is niet verboden

Het is een roerige tijd voor een financieel tussenpersoon in Nederland. Het hangt al sinds 2006 in de lucht, maar langzaamaan wordt het tijd om actie te ondernemen: de beloningsstructuur van financiële tussenpersonen staat ter discussie.

De vele vragen (en klachten) uit de markt zijn voor Omniplan reden om met de AFM in gesprek te gaan. Welke verandering wordt er nu werkelijk van de markt gevraagd? Zijn consumenten bereid om te gaan betalen voor financieel advies? Kan de AFM advies geven over hoe een verdienmodel moet worden omgebouwd en zijn er hulpmiddelen die de AFM adviseert bij het adviesproces? De AFM was via woordvoerder Martijn Pols meer dan bereid om tekst en uitleg te geven.

Provisie is niet verboden

Het belangrijkste in deze kwestie is waarschijnlijk dat er helemaal geen verplichte switch is, zo laat de AFM weten. "Het is voor tussenpersonen niet verboden provisie te ontvangen voor de producten die zij verkopen. Wel is het sinds 2009 de regel dat de tussenpersoon transparant moet zijn over de beloning die bijvoorbeeld een bank of verzekeraar hem of haar geeft", aldus Pols. De klant moet via het dienstverleningsdocument worden geïnformeerd over hoeveel een intermediair bijvoorbeeld krijgt voor de hypotheek die hij adviseert. Bovendien moet deze beloning van de bank of verzekeraar voldoen aan de norm voor passende provisie. Dat betekent dat de provisie in verhouding tot werkzaamheden moet staan en geen afbreuk mag doen aan de kwaliteit van het advies aan de klant.

Geen termijn voor de switch

In die lijn is het dan ook duidelijk dat de AFM geen termijn stelt aan een eventuele omslag. "Het is aan de intermediair zelf om een keuze te maken: ontvang ik liever provisie van de banken en verzekeraars, of kies ik ervoor om mij direct door de klant te laten betalen." De AFM stelde in 2009 al wel dat 'idealiter een adviseur wordt betaald door degene in wiens belang het advies wordt gegeven'.
In 2006 is de AFM gestart met een veranderprogramma om de kwaliteit te bevorderen. Dit programma begint, aldus de AFM, vruchten af te werpen. Echter, laat de financiële waakhond weten:
"Wij vinden het tempo van verandering nog te laag."
Het neemt niet weg dat de consument langzaam maar zeker wordt opgevoed met het idee dat zelf direct betalen voor advies normaal is. Je zou mogen stellen dat de AFM vooral ook de vraagkant probeert te beïnvloeden, waardoor de markt vanzelf gedwongen is te volgen.

Vertrouwen in kritische houding

Wat opvalt in de antwoorden van de AFM, is dat zij ziet dat de markt problemen heeft met de verandering. Dat is ook lastig: de markt is sinds de Tweede Wereldoorlog volkomen anders ingedeeld geweest. Gelukkig zijn er succesverhalen van enkele financiële dienstverleners die zijn overgestapt op een feemodel, zo weet ook de AFM. Hun slagen bewijst, zo stelt de financiële waakhond, dat consumenten bereid zijn te betalen voor advies.

De AFM heeft vertrouwen in het kritisch vermogen van de financiële consument. Gevraagd of de gehele markt in staat zal zijn om de omslag te maken naar meer relatiegerichte (onafhankelijke) adviseurs en bemiddelaars: "Financiële consumenten moeten begrijpen dat advies niet gratis is  en een kritischer houding aannemen."

Hulpmiddelen kunnen een nuttige toevoeging zijn

Financiële tussenpersonen kunnen van de AFM geen advies of begeleiding verwachten bij het omturnen van hun verdienmodel. "De AFM kan financiële dienstverleners niet individueel adviseren over een omslag in hun verdienmodellen of bedrijfsplannen", laat Martijn Pols desgevraagd weten.
"Wel heeft de AFM een uitgebreide leidraad gepubliceerd waarin nadere uitleg wordt gegeven over hoe de intermediair om zou kunnen gaan met de regels rond provisies."

Pols stelt: "De klant moet centraal staan, het gegeven advies moet in het belang van de consument zijn. Dit volgt ook uit de wet die zegt dat het advies passend moet zijn bij de situatie van de klant. Hiertoe moet de adviseur zich eerst een beeld vormen van de klant en welke wensen hij heeft, al dan niet met behulp van software of andere hulpmiddelen. Echter, een goed advies is en blijft een proces tussen de adviseur en de klant, dat kun je als professional nooit afschuiven op een hulpmiddel!"

'We geven geen keurmerken voor tools'

Alhoewel de AFM reken- of adviestools als nuttig beschouwt, geeft zij geen keurmerken aan specifieke producten of hulpmiddelen. Daarentegen stelt de AFM de tussenpersoon wel in staat om te voldoen aan de wetgeving door middel van leidraden en checklists. Dit zijn echter naslagwerken en geen geautomatiseerde systemen.

Zo is er bijvoorbeeld de checklist Hypotheekgesprek, eigenlijk bedoeld voor de eindconsument, aan de hand waarvan een tussenpersoon kan toetsen of een hypotheekadvies alle voorgeschreven elementen bevat. Zo is er dus, al is het met een omweg, voor de tussenpersoon een manier om stapsgewijs te zien of hij de juiste procedure volgt. Ook de leidraad 'Zorgplicht adviseren over vermogensopbouw' kan een financieel tussenpersoon helpen bij zijn compliance. Maar ook hiervoor geldt: het is geen interactieve tool, maar een papieren handleiding.

info@omniplan.nl