Rechtvaardig belasting heffen - de arbeidskorting



Door Marisca van den Berg

Rechtvaardig belasting heffen - de arbeidskorting

Een vriend van mij heeft een rechtszaak aangespannen om belastbaar inkomen te verwerven waarop hij meende recht te hebben. De rechter stelde hem in het gelijk en er volgde een uitbetaling. De kosten van de rechtszaak zijn voor hem niet aftrekbaar, terwijl het inkomen wel belast is. Beweerde hij.

Nu ben ik financieel planner, en geen fiscalist. Dus in al mijn onschuld riep ik: “Dat zal toch niet waar zijn, dat is onrechtvaardig!” Maar helaas. In Wet IB 1964 (de vorige inkomstenbelasting wet) waren de werkelijk gemaakte beroepskosten aftrekbaar. Maar aangezien dit veel bonnetjes en discussies met zich meebracht, is hiervoor in de plaats in Wet IB 2001, de actuele inkomstenbelasting wet, de arbeidskorting gekomen. Een bedrag afhankelijk van de hoogte van het inkomen, dat afgetrokken mag worden van de te betalen belasting. Onafhankelijk van de werkelijke kosten.

Vorige maand was ik op het PFP Forum in Hilversum, met als spreker Leo Stevens, één van de bedenkers van het huidige belastingstelsel. Onderwerp was Geloofwaardig belasting heffen, de titel van zijn recent verschenen boek.

Hij behandelde toevallig ook deze materie. Ten eerste dat de arbeidskorting voor iemand die serieuze kosten maakt wel erg pover is. Maar ten tweede ook dat de arbeidskorting inkomensafhankelijk is gemaakt, wat niet aansluit bij de oorspronkelijke gedachte van de beroepskosten en nivellerend werkt.

Hoe verloopt de arbeidskorting? Tot een inkomen van ca € 25.000 loopt de arbeidskorting op. Vanaf een bruto jaarinkomen van ca. € 30.000 wordt hij steeds lager. Vanaf een inkomen van € 125.000 heb je helemaal geen recht meer op korting. Dit heeft een flinke invloed op de gemiddelde belastingdruk over het inkomen.

Hieronder is dit grafisch weergegeven. De blauwe lijn is het bedrag aan te betalen inkomstenbelasting als percentage van het inkomen. Dus het gewogen gemiddelde van het schijventarief.  De oranje lijn is hetzelfde bedrag aan inkomstenbelasting waarvan de arbeidskorting afgetrokken is, ook weer als percentage van het inkomen.

 Nivellerende werking arbeidskorting

Dat de arbeidskorting eerst oploopt, kan ik begrijpen. Hoe meer inkomen, hoe meer kosten. Worden deze kosten in werkelijkheid niet gemaakt, dan is het een stimulans om meer te gaan werken. Iemand met een inkomen van € 20.000 krijgt zelfs netto € 15.880 als we rekening houden met arbeidskorting en € 12.700 als we dat niet doen. Maar dat de korting afloopt tot 0 naarmate het inkomen verder oploopt, hoe rechtvaardig je dat? Maken deze mensen geen kosten?

Dit pleit voor een oplossing waarbij het progressieve belastingtarief rechtstreeks wordt aanpast, niet via de achterdeur van de arbeidskorting, of van de andere heffingskortingen en bijdragen die inkomensafhankelijk zijn. En voor een aftrekmogelijkheid van werkelijke kosten, in ieder geval als ze ruim boven de reguliere arbeidskosten uitkomen. Voordat er nog meer kalveren verdrinken.

Ik ben blij dat de alle heffingskortingen in ons Personal Finance Platform verwerkt zijn. Met de hand uitrekenen is een hele klus en - zoals ook uit dit artikel blijkt - als je heffingskortingen niet meeneemt in je bruto/netto berekening mis je een veelal invloedrijke factor. Wil je meer weten over het Personal Finance Platform? Neem contact op met Marisca.

Wat moet je doen voor een goed pensioen?

Lees verder
Loading…